Redactiesommen in groep 8

Een redactiesom (of verhaaltjessom) is een som in een verhaaltje. Het rekenen is meestal niet het moeilijkste: het gaat vaker mis bij het lezen. Je kind moet uit het verhaal halen wat er gevraagd wordt, welke getallen het nodig heeft, en welke niet.
Op de doorstroomtoets staan veel rekenopgaven in zo’n verhaaltje. Met een vast stappenplan en de bekende valkuilen scheelt dat veel punten.
Naar het stappenplan Bekijk de voorbeelden
Het stappenplan in 5 stappen
- Lees eerst de vraag. Wat moet je uitrekenen? Een aantal, een prijs, een tijd, een lengte? Onderstreep het.
- Lees dan het verhaal. Welke getallen heb je nodig? Streep door wat je niet nodig hebt.
- Kies de bewerking. Erbij, eraf, keer of gedeeld door? Maak een tekening of een tabel als dat helpt.
- Schat eerst. Ongeveer hoeveel moet eruit komen? Dan zie je het meteen als je uitkomst veel te groot of te klein is.
- Reken uit en controleer. Past je antwoord bij de vraag? Klopt de eenheid (euro, meter, minuten)? En moet je nog afronden?
5 valkuilen
- “Minstens” en “hoogstens”. Die woorden bepalen of je naar boven of naar beneden afrondt.
- Alleen de tussenstap. Bij korting reken je eerst de korting uit. Maar de vraag is wat je betaalt, dus je moet nog 1 stap verder.
- Eenheden. Centimeter en meter, milliliter en liter, minuten en uren. Zet ze eerst om naar dezelfde eenheid.
- Getallen die je niet nodig hebt. Een verhaaltje bevat soms een getal dat niets met de vraag te maken heeft.
- De rest bij delen. Soms heb je een extra bus nodig (naar boven afronden), soms tellen alleen de volle groepen (de rest valt weg).
6 voorbeelden, uitgewerkt
1. Minstens: naar boven afronden
Er gaan 50 kinderen mee met de bus. Per rij mogen hoogstens 8 kinderen zitten. Hoeveel rijen zijn er minstens nodig?
Uitwerking: 50 : 8 = 6, rest 2. Met 6 rijen blijven er 2 kinderen staan, dus je hebt 7 rijen nodig.
2. De rest valt weg
Een pak koekjes kost € 3. Je hebt € 20. Hoeveel pakken kan je kopen?
Uitwerking: 20 : 3 = 6, rest 2. Voor een 7e pak heb je te weinig geld, dus 6 pakken.
3. Een getal dat je niet nodig hebt
Sanne fietst om 8.10 uur van huis weg. Ze fietst 4 km naar school, met een snelheid van 16 km per uur. Onderweg ziet ze 3 honden. Hoe laat is ze op school?
Uitwerking: de 3 honden doen er niet toe. 16 km per uur is 4 km per kwartier, dus ze doet er 15 minuten over. Ze is om 8.25 uur op school.
4. Korting: niet stoppen bij de tussenstap
Een fiets kost € 240. In de actie krijg je 25% korting. Hoeveel betaal je?
Uitwerking: 25% van 240 is 60. Dat is de korting, nog niet het antwoord. Je betaalt 240 – 60 = € 180.
5. Eenheden omzetten
Een pak melk bevat 1,5 liter. Hoeveel glazen van 250 ml kan je ermee vullen?
Uitwerking: 1,5 liter is 1500 ml. 1500 : 250 = 6 glazen.
6. Schaal
Een plattegrond heeft schaal 1 : 200. Een pad is op de tekening 12 cm lang. Hoe lang is het pad in het echt?
Uitwerking: 12 x 200 = 2400 cm. Dat is 24 meter.

Meer uitleg per onderwerp
Redactiesommen komen in elk rekenonderwerp voor. In deze lessen staat per onderwerp hoe je ze aanpakt, gratis te lezen:
- Vermenigvuldigen en delen: wat doe je met de rest?
- Procenten berekenen: korting en btw
- Tijd en tijdrekenen: hoe laat, hoe lang
- Verhoudingen en schaal: plattegronden en kaarten
- Lengte, gewicht en inhoud omrekenen
En omdat het bij redactiesommen zo vaak om lezen gaat: begrijpend lezen in groep 8.
Oefenen
Gratis: op de oefenpagina staan opgaven in de vorm van de doorstroomtoets. Bij een fout antwoord zie je welke denkstap waarschijnlijk misging.
Met een abonnement: onbeperkt oefenen per onderwerp, met steeds nieuwe opgaven. In alle vier de rekendomeinen staan verhaaltjessommen.
Waar staat je kind met rekenen?
De gratis instaptoets rekenen heeft 60 vragen, met gewone sommen en verhaaltjessommen door elkaar, en duurt ongeveer 50 minuten. Je ziet daarna per onderdeel op welk niveau je kind werkt, en welke denkfouten terugkomen. Kies een rustig moment: deze toets telt later als startmeting, en die maak je maar 1 keer.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een redactiesom en een gewone som?
Bij een gewone som staat de bewerking er al (24 x 15). Bij een redactiesom moet je die zelf uit het verhaal halen. Daarom test een redactiesom ook of je goed leest.
Hoe help ik mijn kind met redactiesommen?
Laat je kind eerst hardop zeggen wat de vraag is, voordat het gaat rekenen. Vraag daarna: welke getallen heb je nodig, en waarom? En laat het na afloop controleren of het antwoord bij de vraag past. Dat is het stappenplan hierboven.
Waarom maakt mijn kind fouten terwijl het goed kan rekenen?
Vaak zit de fout in het lezen, niet in het rekenen. Een woord als “minstens” wordt overgeslagen, of het antwoord is de tussenstap in plaats van het eindantwoord. Zulke fouten zijn met oefenen op het stappenplan goed te verhelpen.
