Rekenen · Domein 1 · Theorie · Les 2

Optellen en aftrekken

Vlot en met inzicht optellen en aftrekken — met grote getallen én kommagetallen. Plus handige rekentrucs en schatten om je antwoord te controleren.

Hoe je deze les gebruikt

  • Weinig tijd? Lees alleen de blauwe “Onthoud dit”-blokjes en maak de tussenvragen. Dan ben je er snel doorheen.
  • Iets niet duidelijk? Klap de “Meer uitleg”-blokken open voor een rustige, uitgebreide uitleg.
  • Gele blokken laten zien hoe je dit op de Eindtoets terugziet.
  • Paarse blokken zijn extra verdieping, vooral handig als je richting havo of vwo werkt.
Onderdeel 1

Optellen en aftrekken onder elkaar

Bij grote getallen reken je netjes onder elkaar — kolom voor kolom. Dat ken je, maar even goed neerzetten voorkomt slordige fouten.

Bij optellen en aftrekken van grote getallen zet je ze onder elkaar, met de cijfers netjes per plek uitgelijnd: eenheden onder eenheden, tientallen onder tientallen. Dan reken je van rechts naar links, kolom voor kolom.

Onthoud dit

Zet de getallen onder elkaar met de plekken recht boven elkaar. Reken van rechts naar links. Komt een kolom boven de 9 uit, dan onthoud je eentje voor de volgende kolom (“onthouden”). Kom je tekort, dan leen je er een (“lenen”).

1268 + 547 1815
1268 + 547 = 1815 — kolom voor kolom van rechts naar links
Meer uitleg: onthouden en lenen, stap voor stap

Bij 1268 + 547 begin je rechts. Eenheden: 8 + 7 = 15. Je schrijft de 5 op en onthoudt 1 voor de tientallen. Tientallen: 6 + 4 = 10, plus die onthouden 1 = 11. Schrijf 1 op, onthoud 1. Honderdtallen: 2 + 5 = 7, plus 1 = 8. Duizendtallen: 1. Samen: 1815.

Aftrekken werkt net zo, maar dan met lenen. Kom je in een kolom tekort (bijvoorbeeld 3 − 7), dan leen je een tiental van de buurkolom links: de 3 wordt 13, en de buurkolom wordt eentje minder. Rustig kolom voor kolom, dan gaat het altijd goed.

Even checken — typ je antwoord
Reken uit: 1268 − 385
Onderdeel 2

Rekenen met kommagetallen

Optellen en aftrekken met komma's is precies hetzelfde — als je op één ding let.

Bij kommagetallen geldt dezelfde aanpak, met één gouden regel: zet de komma's recht onder elkaar. Dan staan tienden onder tienden en honderdsten onder honderdsten, en gaat de rest vanzelf.

Onthoud dit

Zet bij kommagetallen de komma's recht onder elkaar. Verschilt het aantal cijfers achter de komma? Vul aan met nullen (3,5 wordt 3,50). Dan tel of trek je gewoon af zoals altijd.

Voorbeeld — 4,75 + 2,8

Maak ze even lang: 2,8 wordt 2,80. Zet de komma's onder elkaar en tel op: 4,75 + 2,80 = 7,55.

Even checken — typ je antwoord
Reken uit: 6,4 + 3,75 (schrijf met een komma)
Onderdeel 3

Handig rekenen

Soms hoef je niet onder elkaar te rekenen. Een slimme tussenstap is sneller en geeft minder fouten.

Bij veel sommen is er een handige route: aanvullen tot een rond getal. Rond getallen rekenen makkelijker, en je corrigeert daarna het beetje dat je te veel of te weinig nam.

Onthoud dit

Maak er een rond getal van en corrigeer daarna. 198 + 47 reken je als 200 + 47 = 247, en dan 2 eraf (want je nam 2 te veel): 245.

Voorbeeld — handig aftrekken

Wat is 503 − 198? Reken 503 − 200 = 303, en tel er dan 2 bij op (je trok 2 te veel af): 305.

Even checken
Wat is de handigste eerste stap voor 198 + 47?
Onderdeel 4

Schatten als controle

Een schatting vooraf of achteraf vertelt je meteen of je antwoord ongeveer kan kloppen.

Door de getallen even af te ronden en uit je hoofd te schatten, weet je of je uitkomst in de buurt zit. Wijkt je antwoord ver af van de schatting, dan is er waarschijnlijk een rekenfout gemaakt.

Onthoud dit

Rond de getallen af op ronde getallen en tel die in je hoofd op. De schatting is je controle: ligt je echte antwoord daar dichtbij, dan klopt het waarschijnlijk.

★ Extra voor havo / vwo

Waarom mag je bij aftrekken niet verwisselen?

Bij optellen maakt de volgorde niet uit: 3 + 5 is hetzelfde als 5 + 3. Bij aftrekken wél: 7 − 3 is niet hetzelfde als 3 − 7. Kun je uitleggen waarom dat verschil er is?

Bij optellen voeg je twee hoeveelheden samen — en of je nu eerst de ene of de andere pakt, het totaal blijft gelijk. Bij aftrekken haal je iets weg van iets anders, en dan maakt het uit wat je beginpunt is. 7 − 3 betekent: begin bij 7, haal 3 weg, hou 4 over. 3 − 7 betekent: begin bij 3 en haal 7 weg — dan kom je tekort (je belandt onder nul). De volgorde bepaalt dus de richting, en daarom mag je bij aftrekken niet verwisselen.

Dit is verdiepingsstof: niet rekenen, maar uitleggen waarom een regel werkt.

Even checken
Ongeveer hoeveel is 2,95 + 3,98 + 4,10? (schat)
Zo zie je dit op de Eindtoets
Bij lange sommen in een context (boodschappen, afstanden) helpt schatten je om foute antwoorden meteen te herkennen. Als jouw uitkomst heel ver van je schatting ligt, controleer dan je rekenwerk voordan je het antwoord kiest.
Let op

Veelgemaakte fouten

Drie valkuilen die je makkelijk vermijdt als je ze kent.

Komma's niet onder elkaar
Bij kommagetallen moeten de komma's recht onder elkaar staan. Zet je 6,4 en 3,75 scheef onder elkaar, dan tel je tienden bij honderdsten op — en klopt er niks. Vul aan met nullen: 6,40.
Onthouden of lenen vergeten
Bij een kolom boven de 9 moet je onthouden; kom je tekort, dan lenen. Dit overslaan is de meest gemaakte fout. Reken rustig kolom voor kolom.
Bij aftrekken verwisselen
7 − 3 is niet hetzelfde als 3 − 7. Bij aftrekken mag je de getallen niet omdraaien — de volgorde bepaalt de uitkomst. Alleen bij optellen mag dat.

Kun je dit nu?

Tik aan wat je beheerst. Twijfel je ergens? Scroll terug naar dat onderdeel.

Ik kan grote getallen onder elkaar optellen en aftrekken (onthouden en lenen)
Ik zet bij kommagetallen de komma's recht onder elkaar
Ik kan handig rekenen door aan te vullen tot een rond getal
Ik gebruik schatten om mijn antwoord te controleren
Ik kan uitleggen waarom je bij aftrekken niet mag verwisselen

Dit moet je onthouden

01Onder elkaar: plekken uitlijnen, van rechts naar links, onthouden en lenen waar nodig.
02Kommagetallen: komma's recht onder elkaar, aanvullen met nullen.
03Handig rekenen: aanvullen tot een rond getal en daarna corrigeren.
04Schatten: rond af en controleer of je antwoord in de buurt ligt.
05Let op: bij aftrekken mag je niet verwisselen, bij optellen wel.

Klaar met lezen? Ga oefenen, dan blijft het pas echt hangen.

Naar de oefenvragen →

Meer over Getallen & Bewerkingen

Alles over rekenen in groep 8 · Redactiesommen: zo pak je ze aan · Rekenen in de doorstroomtoets

Scroll naar boven