
De meeste oefensites vertellen je hoeveel sommen je kind goed had. Wij zijn anders gebouwd: we meten op welk niveau je kind werkt, per onderdeel, ten opzichte van zijn eigen doel — en we laten zien waaróm een fout gemaakt wordt. Dat is een eerlijker en bruikbaarder beeld.
De maatstaf
Wij meten tegen het eigen doel, niet tegen de klas
Je stelt per vak een streefdoel in. Wij zetten de groei van je kind af tegen dát doel: waar begon het, waar staat het nu, en hoe ver is het nog. Geen vergelijking met klasgenoten, geen totaalcijfer dat rekenen en taal op één hoop veegt — want een kind kan sterk zijn in het ene en nog groeien in het andere.
De fout
Wij laten zien waaróm, niet alleen hoeveel
“60% goed” zegt weinig. Wij kijken naar de fouten zelf en herkennen vaak de denkfout die eronder zit — bijvoorbeeld dat je kind bij een keersom optelt, of omtrek en oppervlakte door elkaar haalt. Iedereen kan je vertellen wáár je kind staat; wij laten zien waarom.
Wat er dan gebeurt
Oefenstof op maat, precies op de fout
Zien we dat je kind steeds dezelfde denkfout maakt, dan bieden we korte oefenstof op maat aan: eerst herkennen (“zo dacht je het misschien”), dan de uitleg (“zo werkt het echt”), dan gericht oefenen tot het zit. Die uitleg is geen lap tekst: het voorbeeld loopt stap voor stap mee — zelf doorklikken of vanzelf laten afspelen, met voorleesstem erbij. Geen algemene bijles waar je kind «naartoe moet», maar precies op wat het op dat ene punt nodig heeft.
Waarom we ze scheiden
Meten en oefenen zijn twee dingen
Vrij oefenen mag zo veel je kind wil — dat telt bij ons niet mee als meting. Een meting is een apart, rustig moment dat wél meetelt. Zo mag oefenen rommelig zijn en fouten maken, terwijl de meting een eerlijk beeld geeft. We houden ze streng uit elkaar, tot in onze database.
1F en 1S
Op de niveaus die er straks toe doen
Wij meten met dezelfde referentieniveaus (1F en het streefniveau) waarmee de doorstroomtoets werkt. Zo sluit wat je bij ons ziet aan op hoe je kind straks echt getoetst wordt — geen verrassingen in februari, maar een beeld dat het hele jaar meegroeit. Je ziet zo of je kind op koers ligt richting februari — als een richting, niet als een hard cijfer.
De toon
Een rustige omgeving, geen pretpark
Geen schreeuwerige punten, geen reclame, geen eindeloze beloningsspelletjes die de aandacht wegtrekken van het leren. Een kalme, overzichtelijke omgeving waarin je kind rustig kan werken — en waarin jij als ouder in gewone taal ziet hoe het gaat.
Onze grenzen
Eerlijk over wat we meten
We beloven niet meer dan we kunnen meten. Is er te weinig gemeten, dan geven we geen oordeel maar nodigen we uit om verder te meten. We tonen een richting, geen hard stempel. Liever terughoudend en kloppend dan stellig en fout.
Twee vakken
Rekenen én taal, allebei op niveau
De doorstroomtoets meet rekenen en taal apart, en wij doen dat ook. Voor beide vakken geldt hetzelfde: een eigen streefdoel, een eigen meting en een eigen beeld — want een kind kan sterk zijn in het ene en nog groeien in het andere.
Getallen en bewerkingen, verhoudingen en procenten, meten en meetkunde, en verbanden. Achttien theorielessen, vrij te lezen zonder account.
Begrijpend lezen en taalverzorging: spelling, werkwoorden en leestekens. Twaalf theorielessen, vrij te lezen zonder account.
Begin met een gratis startmeting
Een instaptoets — zestig vragen rekenen of veertig taal — laat per onderdeel zien waar je kind nu staat, het vertrekpunt voor de rest van het jaar. Zonder verplichtingen.
Meer weten over de doorstroomtoets zelf? Lees onze uitleg voor ouders, of hoe wij precies meten.
