Rekenen · Domein 4 · Theorie · Les 3

Grafieken en assenstelsel

Hoe je een lijngrafiek leest, coördinaten gebruikt in een assenstelsel, en met de juiste woorden beschrijft wat er gebeurt: stijgen, dalen, constant blijven, snel of langzaam.

Hoe je deze les gebruikt

  • Weinig tijd? Lees alleen de blauwe “Onthoud dit”-blokjes en maak de tussenvragen. Dan ben je er snel doorheen.
  • Iets niet duidelijk? Klap de “Meer uitleg”-blokken open voor een rustige, uitgebreide uitleg.
  • Gele blokken laten zien hoe je dit op de Eindtoets terugziet.
  • Paarse blokken zijn extra verdieping, vooral handig als je richting havo of vwo werkt.
Onderdeel 1

Het assenstelsel

Een assenstelsel is een raster met twee assen. Met twee getallen wijs je elk punt precies aan — net als bij coördinaten.

Een assenstelsel heeft een horizontale as (de x-as) en een verticale as (de y-as). Ze kruisen elkaar in de oorsprong (0, 0). Elk punt heeft twee getallen: eerst hoe ver naar rechts, dan hoe ver omhoog. Op de Eindtoets gebruik je altijd alleen positieve getallen — je werkt in het zogenaamde eerste kwadrant.

Onthoud dit

Coördinaat = (x, y) = (rechts, omhoog). De x-as is horizontaal, de y-as verticaal. Eerst lopen (over de x-as), dan klimmen (omhoog langs de y-as). Eerste kwadrant: alle getallen positief.

01234567 01234567 x y (4, 3)
Even checken
Welk punt ligt op coördinaat (4, 3)?
Onderdeel 2

Een lijngrafiek aflezen

Een lijngrafiek toont hoe iets verandert in de tijd: temperatuur, lengte, snelheid. Je leest een waarde af door op de juiste plek op de x-as omhoog en weer opzij te kijken.

Bij een lijngrafiek staat op de x-as meestal iets dat verandert (tijd, leeftijd), en op de y-as de waarde die je meet (temperatuur, gewicht). De lijn verbindt de meetpunten. Je leest een waarde af in twee stappen: zoek de plek op de x-as, ga omhoog tot je de lijn raakt, en kijk dan opzij naar de y-as.

Onthoud dit — aflezen in 3 stappen

1. Zoek het tijdstip (of x-waarde) op de x-as. 2. Ga omhoog tot je de lijn raakt. 3. Kijk opzij naar de y-as voor de waarde. Of andersom: van een y-waarde naar de x-as toe.

10°15°20° 8u10u12u14u16u18u tijd °C
Temperatuur op een zomerdag — stijgt 's ochtends, hoogst om 14:00, daalt 's avonds
Voorbeeld — aflezen

Hoe warm was het om 14:00? Vind 14u op de x-as, ga omhoog tot de lijn, kijk opzij: 18°C.

Wanneer was het 12°C? Vind 12° op de y-as, ga naar rechts tot de lijn, kijk omlaag: ongeveer 10:00.

Even checken
Hoe warm was het om 16:00 (zie grafiek)?
Onderdeel 3

De woorden van een grafiek

Een grafiek vertelt een verhaal. Met de juiste woorden — stijgen, dalen, constant, steil — beschrijf je precies wat er gebeurt.

Op de toets word je gevraagd om te beschrijven wat een grafiek doet, of om met de juiste term een stuk grafiek aan te wijzen. De woorden zelf moet je gewoon kennen.

stijgen
De lijn gaat omhoog — de waarde wordt groter.
dalen
De lijn gaat omlaag — de waarde wordt kleiner.
constant
De lijn is horizontaal — de waarde blijft hetzelfde.
toename / afname
Hoeveel de waarde groter (toe) of kleiner (af) wordt.
steil
De lijn gaat snel omhoog of omlaag — grote verandering.
vlak
De lijn gaat langzaam omhoog/omlaag — kleine verandering.
Onthoud dit

Een steile lijn betekent een snelle verandering. Een vlakke lijn betekent een langzame verandering. Een horizontale lijn betekent geen verandering — constant.

★ Extra voor havo / vwo

Waar stijgt de temperatuur het snelst?

Kijk naar de grafiek van Onderdeel 2. Tussen welke uren stijgt de temperatuur het snelst — en hoe zie je dat?

Tussen 10:00 en 12:00 stijgt de temperatuur van 12°C naar 16°C: dat is 4°C in 2 uur. Tussen 12:00 en 14:00 stijgt het van 16°C naar 18°C: 2°C in 2 uur. Dus tussen 10 en 12 stijgt het sneller — 4°C versus 2°C in dezelfde tijd. En dat zie je direct in de grafiek: het stuk tussen 10 en 12 is steiler dan het stuk tussen 12 en 14. Steile lijn = snelle verandering, vlakke lijn = langzame verandering. Dit beredeneren — niet alleen aflezen, maar uitleggen waarom iets steiler is — laat zien dat je de grafiek echt begrijpt.

Uit een grafiek conclusies trekken én onderbouwen, is verdiepingsstof.

Even checken
Een grafiek loopt eerst omhoog, dan een tijdje horizontaal, dan omlaag. Welke woorden beschrijven dat?
Onderdeel 4

Trends en voorspellen

Een grafiek vertelt iets over wat al gebeurde — maar vaak ook over wat komt. Hoe gaat het waarschijnlijk verder?

Een trend is een algemene richting: de lijn gaat over het geheel genomen omhoog, omlaag, of fluctueert rond een vaste waarde. Als je de trend kent, kun je een voorspelling doen — niet exact, maar wel een redelijke schatting van wat erna komt.

Onthoud dit

Trend = het algemene patroon over een langere periode. Voorspellen = de trend doortrekken: gaat de lijn nog steeds omhoog, dan zal de volgende waarde waarschijnlijk hoger zijn dan nu.

Voorbeeld — trend doortrekken

Een grafiek toont de lengte van een plant: week 1 = 5 cm, week 2 = 8 cm, week 3 = 11 cm, week 4 = 14 cm. De trend: elke week ongeveer 3 cm erbij.

Voorspelling voor week 5: ongeveer 14 + 3 = 17 cm.

Zo zie je dit op de Eindtoets
Grafiekvragen vragen meestal drie dingen: aflezen (welke waarde hoort bij dat tijdstip?), vergelijken (wanneer was het het hoogst?) en interpreteren (waar stijgt het, wat is de trend?). De begrippen — stijgen, dalen, constant, steil, vlak — kennen scheelt tijd, want je hoeft niet meer na te denken over welk woord precies past.
Let op

Veelgemaakte fouten

Drie valkuilen die je makkelijk vermijdt als je ze kent.

x en y omdraaien bij coördinaten
Het eerste getal is x (naar rechts), het tweede y (omhoog). (4, 3) is niet hetzelfde als (3, 4). Eerst lopen, dan klimmen — dezelfde regel als in les D3 sub 5.
Verkeerde as kiezen bij aflezen
Bij “hoe warm om 14u” vind je 14u op de x-as (horizontaal) en lees je de y-waarde af. Niet andersom. De vraag bepaalt op welke as je begint.
Steil verwarren met hoog
Steil betekent: snel veranderen (de lijn gaat schuin omhoog of omlaag). Hoog betekent: grote waarde op de y-as. Een lijn kan steil zijn op een laag punt, of vlak op een hoog punt.

Kun je dit nu?

Tik aan wat je beheerst. Twijfel je ergens? Scroll terug naar dat onderdeel.

Ik weet wat x-as en y-as zijn en kan een coördinaat aflezen of plaatsen
Ik kan een waarde aflezen uit een lijngrafiek (3 stappen)
Ik gebruik de juiste begrippen: stijgen, dalen, constant, steil, vlak
Ik kan een trend herkennen en een redelijke voorspelling doen
Ik kan uitleggen waar een grafiek het snelst stijgt en waarom (steilheid)

Dit moet je onthouden

01Assenstelsel: x-as = horizontaal, y-as = verticaal, oorsprong (0,0). Eerst lopen, dan klimmen.
02Aflezen: 1. plek op de x-as zoeken, 2. omhoog tot de lijn, 3. opzij naar de y-as.
03Begrippen: stijgen, dalen, constant; steil = snelle verandering, vlak = langzame verandering.
04Trend: algemeen patroon. Voorspellen = de trend doortrekken.

Klaar met lezen? Ga oefenen, dan blijft het pas echt hangen.

Naar de oefenvragen →

Meer over Verbanden

Alles over rekenen in groep 8 · Redactiesommen: zo pak je ze aan · Rekenen in de doorstroomtoets

Scroll naar boven