Rekenen · Domein 4 · Theorie · Les 2

Diagrammen lezen

Staafdiagrammen, beelddiagrammen en cirkeldiagrammen — hoe je elk soort leest, wat de legenda doet, en hoe je beoordeelt welk diagram het best bij de gegevens past.

Hoe je deze les gebruikt

  • Weinig tijd? Lees alleen de blauwe “Onthoud dit”-blokjes en maak de tussenvragen. Dan ben je er snel doorheen.
  • Iets niet duidelijk? Klap de “Meer uitleg”-blokken open voor een rustige, uitgebreide uitleg.
  • Gele blokken laten zien hoe je dit op de Eindtoets terugziet.
  • Paarse blokken zijn extra verdieping, vooral handig als je richting havo of vwo werkt.
Onderdeel 1

Staafdiagram

Een staafdiagram laat met staafjes zien hoe groot iets is. Hoe hoger de staaf, hoe meer. De simpelste manier om hoeveelheden te vergelijken.

Een staafdiagram heeft twee assen: de horizontale as toont meestal de categorieën (dagen, soorten, namen), de verticale as de aantallen. Elke staaf hoort bij een categorie en de hoogte zegt hoeveel.

0 10 20 30 40 ma di wo do vr 24 31 28 22 45
Boekverkoop per dag — vrijdag was duidelijk de drukste dag
Onthoud dit

Bij een staafdiagram lees je de hoogte van de staaf af op de verticale as. Hoe hoger, hoe meer. Gebruik de horizontale lijntjes (gridlijnen) om de hoogte precies te schatten.

Even checken
Op welke dag werden de minste boeken verkocht (zie staafdiagram)?
Onderdeel 2

Beelddiagram

Een beelddiagram gebruikt plaatjes in plaats van staven. Een legenda vertelt je hoeveel één plaatje voorstelt.

In een beelddiagram staan kleine plaatjes (symbolen) die ergens voor staan. Soms is één plaatje gelijk aan 1 stuks — maar vaak staat één plaatje voor méér (bv. 1 figuurtje = 10 leerlingen). Dat lees je af in de legenda.

Onthoud dit

Lees altijd eerst de legenda: wat stelt één plaatje voor? Tel daarna het aantal plaatjes en vermenigvuldig met die waarde. Een half plaatje stelt de helft voor.

Appels Peren Bananen Mandarijnen LEGENDA = 5 stuks
Aantal stuks fruit dat per dag op school wordt gegeten — elk plaatje = 5 stuks
Voorbeeld — beelddiagram lezen

Hoeveel appels worden er gegeten? Tel: 4 plaatjes. Legenda: 1 plaatje = 5 stuks. Dus 4 × 5 = 20 appels.

Bananen: 5 × 5 = 25. Mandarijnen: 2 × 5 = 10.

Even checken — typ je antwoord
Hoeveel peren worden er gegeten (zie beelddiagram)?
Onderdeel 3

Cirkeldiagram

Een cirkeldiagram (taartdiagram) verdeelt een cirkel in stukken. Elk stuk is een deel van het geheel — meestal in procenten.

Een cirkeldiagram laat zien hoe iets verdeeld is over een geheel. De hele cirkel is 100% (of: alles samen). De stukken zijn de delen — hoe groter het stuk, hoe groter het aandeel. Daarom heten ze ook wel taartpunten.

Onthoud dit — link met procenten

Hele cirkel = 100%. Halve cirkel = 50%. Een kwart = 25%. Cirkeldiagrammen lees je in verhoudingen: vergelijk de stukken met elkaar of met het geheel. Dit is precies het onderwerp van D2 — procenten en verhoudingen.

50% 25% 15% 10%
appel banaan peer druif
Voorbeeld — cirkeldiagram lezen

Welk fruit vinden de meeste kinderen het lekkerst? Het grootste stuk is appel (50%). Dus de helft van de klas kiest appel.

In een klas van 30 kinderen: 50% van 30 = 15 kiezen appel. 25% van 30 = 7 à 8 kiezen banaan.

Meer uitleg: gewone wijzers herkennen in een cirkeldiagram

Soms staan er geen percentages bij, maar moet je het stuk inschatten. Handige ankerpunten: een half is precies de helft van de cirkel (50%). Een kwart is een vierde — denk aan de klok van 12 uur tot 3 uur (25%). Een achtste is precies de helft van een kwart (12,5%).

Vergelijk de stukken vooral mét elkaar. Is het rode stuk twee keer zo groot als het blauwe? Dan kies twee keer zoveel mensen rood. Dat is vaak genoeg voor een toetsvraag, zonder dat je exacte percentages nodig hebt.

Even checken
Welk fruit vindt ongeveer een kwart van de klas het lekkerst (zie cirkeldiagram)?
Onderdeel 4

Welk diagram past bij welke gegevens?

Niet elk diagram werkt even goed voor elk soort gegevens. Het juiste type kiezen scheelt je een hoop misverstand.

De drie diagrammen vertellen elk iets anders. Welke kies je wanneer? Hieronder de drie vuistregels.

Onthoud dit — kies het juiste diagram

Staafdiagram: als je categorieën wilt vergelijken (wie heeft het meest?). Beelddiagram: idem, maar visueler — vooral voor jongere kijkers of als de getallen netjes deelbaar zijn. Cirkeldiagram: als het om delen van een geheel gaat (verdeling, %).

★ Extra voor havo / vwo

Waarom past een cirkeldiagram niet bij ‘temperatuur per dag’?

Een journalist wil de temperatuur van een hele week laten zien: 14°, 16°, 18°, 22°, 20°, 17°, 15°. Welk diagram past hier niet, en waarom?

Een cirkeldiagram past hier niet, en daar zit een belangrijk inzicht achter. Een cirkeldiagram is voor delen van een geheel — als je iets opdeelt en de stukken samen 100% vormen. Maar “de temperatuur op maandag” is geen deel van “de temperatuur van de week”. Het zijn losse metingen, geen onderverdelingen van iets. Optellen van 14°+16°+...° zou ook niks zinvols opleveren. Een staafdiagram (of een lijngrafiek, dat zie je in les 3) is veel beter — daarmee vergelijk je losstaande waardes met elkaar. De truc om het juiste diagramtype te kiezen, is jezelf afvragen: zijn dit delen van een geheel (cirkel), of zelfstandige waardes die ik vergelijk (staaf/beeld)?

Het juiste diagramtype kiezen én uitleggen waarom — dat is verdiepingsstof.

Zo zie je dit op de Eindtoets
Bij diagramvragen is er bijna altijd één valstrik: de legenda overslaan. Bij een beelddiagram bepaalt de legenda hoeveel elk plaatje voorstelt — gewoon plaatjes tellen gaat fout als één plaatje 5 of 10 stuks is. En bij een cirkeldiagram zonder percentages: vergelijk de stukken mét elkaar (twee keer zo groot = twee keer zoveel).
Let op

Veelgemaakte fouten

Drie valkuilen die je makkelijk vermijdt als je ze kent.

Beelddiagram: alleen plaatjes tellen
Bij een beelddiagram vermenigvuldig je het aantal plaatjes met wat één plaatje voorstelt. 4 plaatjes is niet automatisch 4 — kijk in de legenda. Vaak is het bijvoorbeeld 4 × 5 = 20.
Staafhoogte verkeerd aflezen
Lees de hoogte af op de verticale as, niet op het oog. Gebruik de gridlijnen om precies te schatten. Tussen 20 en 30 is 25 — niet 27 of 23.
Cirkeldiagram als ‘aantal’ lezen
In een cirkeldiagram staan delen, geen aantallen. 50% van een klas betekent niet 50 kinderen — het betekent de helft. Reken om met de totalen (50% van 30 = 15).

Kun je dit nu?

Tik aan wat je beheerst. Twijfel je ergens? Scroll terug naar dat onderdeel.

Ik kan een staafdiagram aflezen via de verticale as
Ik gebruik altijd de legenda bij een beelddiagram
Ik kan een cirkeldiagram lezen en koppelen aan procenten
Ik weet welk diagram past bij welke soort gegevens
Ik kan uitleggen waarom een cirkeldiagram alleen past bij ‘delen van een geheel’

Dit moet je onthouden

01Staafdiagram: lees de hoogte op de verticale as. Hoger = meer.
02Beelddiagram: legenda zegt wat één plaatje voorstelt. Tel × legenda-waarde.
03Cirkeldiagram: hele cirkel = 100%. Stukken zijn delen van het geheel.
04Diagramkeuze: delen van geheel → cirkel. Categorieën vergelijken → staaf of beeld.

Klaar met lezen? Ga oefenen, dan blijft het pas echt hangen.

Naar de oefenvragen →

Meer over Verbanden

Alles over rekenen in groep 8 · Redactiesommen: zo pak je ze aan · Rekenen in de doorstroomtoets

Scroll naar boven