De IEP Doorstroomtoets

6

De IEP Doorstroomtoets wordt gemaakt door Bureau ICE. Hieronder staat hoe hij eruitziet — afgelezen uit het officiële voorbeeldboekje voor 2026.

Eerst taal, dan rekenen

De IEP heeft twee delen: een taaldeel en een rekendeel, in die volgorde. Je kind maakt eerst het taaldeel af en gaat pas verder met rekenen als de leerkracht dat zegt.

Dat is een verschil met Leerling in beeld van Cito, die drie taken kent en met rekenen begint. Voor een kind dat ’s ochtends het best rekent, is dat een merkbaar verschil in hoe de ochtend voelt.

Twee soorten vragen

  • Open vragen — je kind schrijft het antwoord in een vak. Bijvoorbeeld: “Vul de goede vorm in van het woord tussen haakjes: Sean en Eveline … gisteren naar het zwembad. (gaan)”
  • Meerkeuzevragen — je kind kruist het hokje aan dat vóór het juiste antwoord staat.

De toets wordt met potlood gemaakt; een antwoord veranderen doe je door het uit te gummen en opnieuw in te vullen.

Hoe de leesvragen eruitzien

Bij de IEP staan de leesteksten in hetzelfde boekje als de vragen, links de tekst en rechts de vragen ernaast. Boven de tekst staat hoeveel vragen erbij horen — bijvoorbeeld “Lees de tekst. Er horen drie vragen bij.”

De teksten zijn opgebouwd zoals een kind ze in het echt tegenkomt: kopjes, een tabel eronder, een enkel moeilijk woord dat je uit de zin moet afleiden. In het voorbeeldboekje staat een tekst over hoeveel verschillende dieren eten, met een tabel erbij en drie vragen: één over een woordbetekenis, één over de herkomst van een naam, en één waarvoor je de tabel moet gebruiken.

IEP zegt zelf dat oefenen niet nodig is

Dat staat met zoveel woorden in hun eigen voorbeeldboekje, en we vinden dat je dat moet weten. Hun redenen: ze vertrouwen erop dat leerlingen al jaren laten zien wat ze kunnen, ze vertrouwen op de leerkrachten die die leerlingen volgen, oefenen voor een toets doet volgens hen geen recht aan het onderwijs op school, kinderen werken beter zonder druk, en de vraagstelling sluit aan bij wat ze uit hun methode al kennen.

Daar valt weinig tegenin te brengen, en wij gaan dat ook niet proberen. Wat wij eraan toevoegen is een onderscheid: trainen op de inhoud is iets anders dan wennen aan de vorm. Een kind dat nog nooit een toets van twee uur met een antwoordvak heeft gezien, verliest tijd aan verbazing. Dat wegnemen is geen trucje — het zorgt er alleen voor dat de toets meet wat hij wil meten.

Wat wij daarom niet doen: beloven dat je kind een hogere score haalt. Dat kunnen we niet weten, en wie het wel belooft verkoopt je iets.

De echte opgaven staan bij Bureau ICE zelf

Wij zetten de opgaven van de IEP hier niet over. Dat is het werk van Bureau ICE, en zij stellen het zelf gratis beschikbaar — je kunt het complete boekje in je browser doorbladeren, zonder account:

Dat is de beste bron die er is voor de vorm van deze toets, en hij kost niets. Wie je op zijn eigen site “echte IEP-opgaven” belooft, laat je meestal betalen voor iets wat hiernaast gratis staat.

Wat wij hier niet over zeggen

Geen uitspraak over of de IEP makkelijker of moeilijker is dan een andere doorstroomtoets. Alle toegelaten toetsen meten dezelfde referentieniveaus; een vergelijking op moeilijkheid vraagt onderzoek dat wij niet hebben.

Waarom wij het dan zelf ook maken

Omdat een voorbeeldboekje één keer werkt. Je kind maakt het door, ziet de antwoordkaart, en daarna is de verrassing eruit. Wat daarna nog helpt is oefenen aan opgaven die het nog niet kent, in dezelfde vorm en op hetzelfde niveau.

Onze opgaven zijn dus niet van Bureau ICE en doen ook niet alsof. Ze zijn geschreven op wat de toegelaten doorstroomtoetsen sinds 2010 daadwerkelijk vragen, met bij elk antwoord de fout die het vaakst gemaakt wordt. Dat sluit aan bij wat IEP hierboven zelf zegt: kennismaken met de vorm is zinvol, trainen op een score is dat niet.

Hieronder staan er zes: eerst het taaldeel, dan het rekendeel, net als op de echte toets. Klik een antwoord aan; bij elk antwoord staat niet alleen of het goed is, maar ook welke fout er het vaakst gemaakt wordt. Eén verschil met de echte IEP: daar is een groot deel van de taalverzorging een open vraag, waarbij je kind het antwoord zelf in een vak schrijft. Dat kan hier niet, en dat is precies waarom het voorbeeldboekje hierboven de moeite waard blijft.

1Taaldeel · lezen
Nachtvlinders kijken
Overdag zie je ze bijna nooit, maar zodra het donker wordt komen ze tevoorschijn: nachtvlinders. In Nederland leven er ruim tweeduizend soorten — veel meer dan het aantal dagvlinders.

Hoe krijg je ze te zien? Onderzoekers spannen een wit laken op en zetten er een lamp bij. Het licht lokt de vlinders, en op het witte laken vallen ze meteen op. Wie het thuis wil proberen, kan ook een mengsel van suiker en oud fruit op een boomstam strijken. Dat heet smeren, en het werkt het best op warme, windstille avonden.

Deze zomer kun je op verschillende plekken meekijken met een echte telling.
avondwaarwanneer
NachtvlindernachtAmersfoortvrijdag 3 juli
Licht en lakenZwollewoensdag 8 juli
SmeeravondBredazaterdag 11 juli
Vlinders tellenAssenzaterdag 18 juli

Bo kan alleen op woensdagavond weg. Naar welke avond kan zij?

2Taaldeel · lezen

Kijk nog een keer naar de tekst hierboven. Daarin staat het woord smeren. Wat betekent dat woord híer?

3Taaldeel · taalverzorging

In welke zin is het dikgedrukte woord goed gespeld?

4Rekendeel

In een fles zit driekwart liter limonade. Sam schenkt er een vijfde liter uit. Hoeveel liter blijft er in de fles?

5Rekendeel

Een webshop verstuurde deze week 180 pakketjes. Daarvan gingen er 45 naar België. Hoeveel procent van de pakketjes ging naar België?

6Rekendeel

Een fles van 2 liter kost €2,40. Een fles van een halve liter kost €0,80. Hoeveel goedkoper is een liter uit de grote fles?

Nog meer oefenen? Op onze oefenpagina staan tien andere opgaven, gratis en zonder account. Wil je weten waar je kind staat, dan geeft de gratis instaptoets een beeld per onderdeel.

Meer lezen

Wat is de doorstroomtoets? · Het schooladvies en de tijdlijn · Cito Leerling in beeld · Van eindtoets naar doorstroomtoets

Scroll naar boven