
Oefeningen en lessen
Oefening 1
Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
Word of wordt, vind of vindt: oefen met ik en hij, met de valkuil van jij, en met een onderwerp dat ver van het werkwoord staat.
🔒 Met abonnement
Oefening 2
Werkwoorden in de verleden tijd
Werkte of werkde, sprong of springde: oefen met 't kofschip, sterke werkwoorden en een of meer personen.
🔒 Met abonnement
Oefening 3
Het voltooid deelwoord
Gebeurd of gebeurt, verbaasd of verbaast: herken het voltooid deelwoord en kies tussen d en t.
🔒 Met abonnement
Oefening 4
Meervoud, dubbele letters en verkleinwoorden
Kort of lang, -en of -s, wanneer een apostrof, en welk verkleinwoord: oefen met de luistertest.
🔒 Met abonnement
Oefening 5
Kijkwoorden, trema en aan elkaar of los
Woorden waar je oor je niet helpt: kijkwoorden, ij en ei, het trema, samenstellingen en hoofdletters.
🔒 Met abonnement
Oefening 6
Leestekens
De komma, waar een zin ophoudt, het vraagteken, de dubbele punt en aanhalingstekens.
🔒 Met abonnement
